Kiezen en maat

De juiste maat meten

Foto: Evan-Amos · Public domain · Wikimedia Commons

Twee getallen en een vingerregel

Op de foto ligt een opgerold meetlint. Meer gereedschap hebt u niet nodig: één meting om de hals, één controle met twee vingers, en u weet welke maat u zoekt. Toch is een halsband die niet past de meest voorkomende misser bij honden, en meestal is hij te ruim.

Waar u meet

Leg het meetlint om de hals op de plek waar de band komt te liggen: iets onder de oren en boven de schouders, niet vlak achter de kaak en niet laag op de borst. Trek het lint aan tot het de vacht raakt zonder in te drukken. Bij een hond met veel vacht meet u tegen de huid aan, want anders koopt u een band die na de eerste trimbeurt te ruim is.

Wat u optelt

Bij kleine honden telt u er ongeveer twee centimeter bij op, bij middelgrote drie tot vier en bij grote rassen vier tot vijf. Dat is de ruimte die u nodig hebt om de band comfortabel te dragen. Rond daarna af naar de maat waarbij uw getal in het midden van het verstelbereik valt, zodat u beide kanten op kunt.

De vingerregel

Controleer na het omdoen of er twee vingers plat tussen band en hals passen bij een middelgrote of grote hond, en één vinger bij een kleine hond. Passen er drie, dan glijdt de band over de oren zodra de hond achteruit loopt. Past er niet één, dan schuurt hij en drukt hij op de luchtpijp.

De ontsnappingstest

Trek de band voorzichtig richting de oren terwijl de hond staat. Komt hij eroverheen, dan is hij te ruim, hoe goed hij aan de onderkant ook lijkt te zitten. Vooral honden met een kop die smaller is dan de hals, zoals windhonden, glippen er zo uit; daarvoor bestaat een apart model dat zich beperkt aantrekt.

Pups en groeiende honden

Bij een pup meet u elke twee tot vier weken opnieuw. Een band die vorige maand goed zat, kan nu al knellen, en dat merkt u niet altijd aan het gedrag. Koop daarom in de groeifase liever een goedkope verstelbare band en pas later een definitieve, dan andersom.

Breedte en gewicht

Naast de omtrek telt de breedte: een smalle band snijdt in bij een zware hond, een brede band zit in de weg bij een kleine. Als vuistregel is anderhalve centimeter breed genoeg tot ongeveer tien kilo, twee tot twee en een halve centimeter tot dertig kilo en drie tot vier centimeter daarboven. Let ook op het gewicht van de band zelf, zeker bij kleine rassen.

Bij twijfel de kleinste of de grootste

Zit uw meting precies tussen twee maten in, kies dan de maat waarbij uw getal in het midden van het verstelbereik valt. Zit het aan de rand, neem dan de grotere maat: te ruim kunt u instellen, te krap niet. Bij een groeiende hond geldt dat dubbel.

Veelgestelde vragen

Kijk naar de huid eronder: rode plekken, kale plekjes of vocht wijzen op schuren of knellen. Controleer dat wekelijks, ook bij een band die maanden goed zat.
Meet tegen de huid aan. Bij honden die geknipt worden, verandert de vachtdikte en daarmee de effectieve ruimte onder de band.